10 september 2024, Wenen
Tijdens Get Enspired! 2024 in Wenen, Oostenrijk, op 9 en 10 september, was onze CCO Dominique Becker Hoff uitgenodigd om zijn visie op het Nederlandse landschap van energieopslag te delen.
Op het eerste gezicht lijkt het Nederlandse energielandschap de perfecte omstandigheden te bieden voor grootschalige energieopslagoplossingen. Met een gezonde mix van ondersteunende diensten en energiemarkten, en een aanzienlijke toename van hernieuwbare energie, is de vraag naar flexibele energieopslag duidelijk.
TSO Tennet heeft zelfs een behoefte aan 9 GW aan batterijopslag tegen 2030 voorspeld, terwijl het land verwacht in het komende decennium 23 GW aan offshore windenergie aan te sluiten.
Voeg daar de sterke interconnectiecapaciteit aan toe, waardoor overtollige energie naar buurlanden kan worden gedistribueerd, en je lijkt alle juiste ingrediënten te hebben voor een bloeiende opslagmarkt.
Ondanks dit potentieel verloopt de daadwerkelijke implementatie van energieopslag traag. Hoewel er aanvragen zijn ingediend voor 70 GW aan netaansluitingen, is momenteel slechts 210 MW aan batterijopslag operationeel – en geen daarvan is aangesloten op het hoogspanningsnet.
De struikelblok: hoge netvergoedingen
Een van de belangrijkste belemmeringen voor de ontwikkeling van batterijopslag in Nederland zijn de netkosten. In tegenstelling tot buurlanden zoals België en Duitsland, waar energieopslag wordt erkend als essentiële infrastructuur en is vrijgesteld van netkosten, classificeren Nederlandse netbeheerders opslag nog steeds als een energieverbruiker. Dit betekent dat opslagsystemen onderworpen zijn aan dezelfde netkosten als elke andere energieverbruiker, waardoor de exploitatiekosten hoog zijn en de economische haalbaarheid van veel projecten wordt aangetast.
Bovendien liggen de Nederlandse netkosten aanzienlijk hoger dan die in buurlanden. Een recent rapport van Aurora benadrukte dat uit kostenprognoses van TenneT blijkt dat hierin in de nabije toekomst geen verandering zal komen. Deze prijsverschillen zorgen ervoor dat Nederland in een nadelige concurrentiepositie verkeert voor grootschalige energieopslagprojecten.
Een stap vooruit: alternatieve transportrechten (ATR)
Onlangs heeft de Nederlandse energiemarkttoezichthouder alternatieve transportrechten (ATR) geïntroduceerd, die enige verlichting bieden voor exploitanten van energieopslag. Hieronder vallen tijdsafhankelijke tarieven, TDTR en TBTR, die gebruikers in staat stellen flexibeler te werken tegen lagere netkosten. De TDTR van netbeheerder Tennet biedt tot 55% korting op netkosten, waardoor de impact van de netkosten op de inkomsten van opslagbeheerders wordt beperkt. Dit toont aan dat Tennet duidelijk de noodzaak van flexibiliteit in het systeem ondersteunt.
Anderzijds hebben de distributienetbeheerders (DSO’s) de TBTR geïntroduceerd, die kleinere kortingen op de netkosten biedt en exploitanten van energieopslag beperkt in het gebruik van hun systemen tijdens bepaalde tijdsblokken om mogelijke congestie te voorkomen. Deze stap duidt op een voorzichtiger aanpak van de DSO’s, aangezien zij vrezen dat opslaginstallaties die reageren op nationale marktsignalen de lokale congestie zouden kunnen verergeren. De negatieve gevolgen van TBTR zijn schadelijk voor de businesscases van energieopslag.
Conclusie: we gaan de goede kant op, maar er blijven uitdagingen
Hoewel deze alternatieve transportrechten een stap in de goede richting zijn, komen ze vooral ten goede aan hoogspanningsprojecten (HV), die nu dichter bij economische haalbaarheid staan.
Helaas blijft de haalbaarheid van middenspanningsprojecten (MV) beperkt door de huidige structuur, waardoor een belangrijke kans wordt gemist om de flexibiliteit en de stabiliteit van het net op lokaal niveau te vergroten.