Hoe Nederland de Europese maatstaf voor batterijveiligheid werd
Geschreven door dr. Koen Broess, bij S4 Energy
Nu batterijopslag een cruciale infrastructuur voor het Europese energiesysteem wordt, heeft Nederland zich stilletjes gepositioneerd als een van de koplopers op het continent op het gebied van regelgeving en implementatie van batterijveiligheid.
Terwijl veel Europese landen nog bezig zijn met het ontwikkelen van regelgevingskaders voor grootschalige energieopslag, functioneert de Nederlandse markt al binnen een van de meest volwassen veiligheidsecosystemen van Europa. Voor ontwikkelaars, investeerders en netbeheerders is dat van groot belang. Duidelijke veiligheidsnormen verminderen onzekerheid, versnellen de vergunningverlening en wekken vertrouwen in batterijopslag als infrastructuur voor de lange termijn.
Een belangrijke drijfveer achter die positie is PGS 37-1: het uitgebreide Nederlandse veiligheidskader voor energieopslagsystemen met lithium-ionbatterijen.
De urgentie van een dergelijk kader werd enkele jaren geleden duidelijk, toen incidenten met onjuist opgeslagen lithium-ionbatterijen het gebrek aan duidelijke operationele normen in een snelgroeiende markt aan het licht brachten. In plaats van de acceptatie te vertragen, hebben die lessen de Nederlandse industrie en overheid ertoe aangezet om de batterijveiligheid sneller te professionaliseren dan de meeste andere Europese markten.
De ontwikkeling van het eerste praktische Europese kader voor batterijveiligheid
Rond 2020 startten Nederlandse autoriteiten en belanghebbenden uit de industrie met de ontwikkeling van PGS 37-1. Het initiatief bracht brandweerkorpsen, ministeries en bedrijven die actief zijn op de markt voor batterijopslag bij elkaar.
De uitdaging was aanzienlijk. Op dat moment beschikte Europa nog niet over een algemeen aanvaard kader voor de veiligheid van batterijopslag. Het belangrijkste internationale referentiepunt was de Amerikaanse testmethodiek UL9540A, maar deze sloot niet volledig aan bij de Europese operationele realiteit en vergunningverleningsstructuren.
De Nederlandse commissie moest daarom een groot deel van het kader vanaf nul ontwikkelen, waarbij alles aan bod kwam, van mobiele batterijsystemen die op bouwplaatsen worden gebruikt tot grootschalige, op zichzelf staande energieopslagprojecten die op het elektriciteitsnet zijn aangesloten.
Een van de belangrijkste beslissingen in een vroeg stadium was het onderscheid tussen begaanbare en niet-begaanbare containerontwerpen. Internationale incidenten hadden de operationele risico’s van begaanbare batterijcontainers aangetoond, met name voor hulpverleners en onderhoudspersoneel tijdens incidenten.
De conclusie was duidelijk: het minimaliseren van directe blootstelling van mensen verbetert de veiligheid aanzienlijk. Niet-toegankelijke systemen werden al snel de voorkeursrichting binnen het kader en worden nu algemeen beschouwd als de beste praktijk in de sector.
Van onzekerheid naar vertrouwen bij investeerders
Toen PGS 37-1 werd afgerond, had dit onmiddellijk gevolgen voor de Nederlandse batterijmarkt. Voor het eerst hadden projectontwikkelaars, verzekeraars en vergunningverlenende instanties een gedeeld begrip van wat een veilig batterijsysteem inhield. In plaats van gefragmenteerde interpretaties en inconsistente lokale eisen kreeg de markt één enkel referentiekader.
Die duidelijkheid versnelde de projectontwikkeling, verbeterde de voorspelbaarheid van vergunningverlening en versterkte het vertrouwen van investeerders in grootschalige batterij-infrastructuurprojecten.
Niet elke uitdaging verdween van de ene op de andere dag. Bestaande batterijsystemen, waarvan vele zijn ontwikkeld voordat er formele regelgeving bestond, kunnen niet altijd volledig aan het nieuwe kader voldoen vanwege fysieke beperkingen op de locatie of verouderde batterijtechnologieën die niet meer worden geproduceerd.
Mobiele batterijsystemen blijven ook een complex gebied, deels omdat ze zich verplaatsen tussen gemeenten waar de lokale interpretatie van regelgeving nog steeds kan verschillen. Bovendien worden sommige elementen van PGS 37-1 pas wettelijk afdwingbaar zodra de richtlijn formeel in de Nederlandse wetgeving is verankerd, wat momenteel rond 2027 wordt verwacht.
Een Europese voorsprong
Ondanks deze complexiteit neemt Nederland nu een sterke strategische positie in binnen Europa.
Accusystemen zijn de afgelopen vijf jaar aanzienlijk veiliger geworden, terwijl de Nederlandse regelgevingsaanpak een mate van zekerheid heeft gecreëerd die op veel andere Europese markten nog ontbreekt. Terwijl de EU doorgaat met de implementatie van de Accuverordening en geharmoniseerde regels voor energieopslag ontwikkelt, dragen Nederlandse beleidsmakers en experts uit de sector al actief bij aan het vormgeven van die discussie.
Dat is van belang omdat batterijopslag niet langer een nichetechnologie is. Het ontwikkelt zich in hoog tempo tot cruciale infrastructuur voor het in evenwicht brengen van elektriciteitsnetten, het mogelijk maken van de integratie van hernieuwbare energie en het versterken van de Europese energieonafhankelijkheid.
Uit onderzoeken van TenneT blijkt keer op keer dat hernieuwbare energie in combinatie met batterijopslag een van de meest kosteneffectieve wegen is naar het toekomstige energiesysteem van Europa, zelfs wanneer rekening wordt gehouden met grootschalige investeringen in het elektriciteitsnet.
Wat begon als een reactie op een snelgroeiende markt, is uitgegroeid tot een strategisch voordeel. Nederland heeft niet alleen een van de meest geavanceerde regelgevingskaders voor batterijveiligheid in Europa opgebouwd, maar ook de voorwaarden geschapen voor schaalbare, betrouwbare en aantrekkelijke batterij-infrastructuur op een moment dat Europa daar dringend behoefte aan heeft.